Teksten, plaatjes, links
harderwijkaanzee is dé website voor liefhebbers van muziek en Harderwijk. Hier vind je alles over onze productie met liedjes over deze prachtige stad aan het water. Geniet van de muziek en leest de teksten mee terwijl je luistert. En ontdek meer over het mooie Harderwijk! Je ziet hier afbeeldingen van de betreffende songs en links naar Spotify. Als je er op klikt ga je automatisch naar de betreffende song. Kijk ondertussen naar de gefantaseerde beelden....
Zuiderzee

Zuiderzee
Geen Afsluitdijk om 't kwaad te temmen,
De Zuiderzee verzwolg met kracht,
Niets was er meer om haar te remmen,
De brekers die donkere nacht.
Het land verloor maar kwam weer boven
Ondanks golven en de dood
Ze overwon de Zuiderzee
Maar kostte haast de vloot.
De dijken sloten de golven af
Ondanks een groot verzet
Er was gewoon geen houden aan
Niets hielp, zelfs geen gebed
Geen toekomst voor de vissers meer
Met de polders in het zicht
Geen Haring, bot, zoutwatervis
Geen dure zeemansplicht
En nu is daar het Waterfront
En weg is het gevaar
Flaneren langs de waterkant
Van de Stadsboulevard
Mens en Techniek hebben gewonnen
Oud verbonden in het nieuw
Maar gebleven is in eeuwen
De Harderwijker ziel
Soms laat een storm haar tanden zien
Knalt het water tegen de kant
En vreet ze stukjes land en strand
Van Zeepad en Strandeiland.
Donkerstraat

Donkerstraat
Daar loop je in je eentje
Door de Donkere Donkerstraat
Ik denk, op weg naar huis
Je stap is snel, kordaat
De regen klettert neer
Het duister, niet beschenen
Door lampen van de straat
Want die zijn verdwenen.
Macaber is de straat
Hol klinken je snelle stappen
Zo snel als kan loop je door
Je kan niet meer ontsnappen
Van een man die je achtervolgt
Je hoort hem naar adem happen
Wie weet wat hij van plan is
Want dat zijn geen grappen
Je loopt langs het museum
Naar de Smeepoortstraat
Krijgt hij je straks te pakken
En is het al te laat
Als je met wapperende rokken
Naar het einde rent
Verschijnt daar in het licht
De reddende agent.
Duinen

De zon scheen op je haren
En wellustig lag je daar
In de duinen van de Zuiderzee
Maar weg was het gevaar
Van de aanrollende golven
Die sloegen ooit op het land
Die het land bleven bedolven
Klaterend op het zand
Maar de golven zijn verdwenen
Het is nu het IJsselmeer
Langs het Zeepad ligt de ijsbaan
Het vriest er haast nooit weer
In de zomer is het er warm
Kun je suppen op het meer
Maar eens stortten de golven
Zich met woestheid op het strand
Verzwolgen ooit de duinen
Daarna werd het bouwland
Het is nu een promenade
Er is geen duin meer te zien
Dus kun je er rustig liggen
En ook flaneren misschien
chorus
Maar soms zijn er nog stormen
Dan gaat het woest te keer
Maar die aanstormen de branding
Die komt er echt nooit weer.
Maar eens stortten de golven
Zich met woestheid op het strand
De Zuiderzee bedwongen
Tandeloos hapt ze naar 't land!
Bruggestraat
https://open.spotify.com/track/3dw1eGjvhCbNjG6JK1YPQ4?si=917b8a9d6e724c29

De Bruggestraat van Harderwijk
Die bruist tot in de nacht.
Het is de plaats waar een droge keel
Naar fris biertje smacht.
Het Casino lokt met glinsterend goud
Het lot wordt hier getart
Het begin van nachtelijke leven
Je kroegentocht die hier start.
Het feest begint al op de hoek
bij de tap van De Buren. I
En lekker drinken in de straat
Soms tot de ochtenduren
Cafe de Liefde verwarmt je hart
Voor wie in God geloven
Op aarde drink je daar je bier
Maar met zegen van boven
En lekker eten kun je hier
Met veel waar voor je centen
Met een keur van horeca
In veel etablissementen
Een frietje of een karbonade
Tot aan de fijnste spijzen
De Bruggestraat is het begin
En gelukkig niet het einde!
Molen De Hoop

Onder|: originele molen De Hoop, zicht vanuit huidige Stadshaven (parkeerterrein is nu water)

De molen stond ooit aan de kaai
Tot die vreselijke nacht
Hij brandde af tot aan de grond
En weg was toen haar pracht
En steeds wilde de harderwijkers
Een molen op de dam
Uit Weesp kwam er een nieuwe
Die je adem benam.
Nu draait ze aan de haven
Een molen fier en vrij,
Brengt samen het verleden,
met het heden erbij.
Jouw wieken vangen frisse wind
Met sterke zachte kracht
Daar draait ze stug haar rondjes
Wie had dat ooit gedacht
Je draagt de sporen van de tijd
Gekerfd hout en steen
't markante punt, van ver te zien
Je ziet haar dan ook meteen
Als je de stad naar binnen komt
Majestueus in zicht
Een beeld van de geschiedenis
En een levend gedicht.
Rabbistreet Blues

Rabbi Street Blues (sologitaar: Ivan Krnic)
I've crossed the oceans, chased the setting sun,
Rode the high roads till the highway's done.
Seen Paris lights and Miami glow,
But every road I take leads me back home.
I've lived the fast life, chased the morning light,
Held gold in my hands through the lonely night.
But the money fades and the wild winds blow,
There's only one place my weary heart wants to go.
I've walked the deserts where the hot wind cries,
Climbed the mountains till they touched the skies.
From London fog to Cairo's heat,
Still my soul keeps running back to Rabbi Street.
Vissersmonument
(Twee songs op dezelfde tekst)

Vissersmonument
Aan de oude Havenkade
Staat het vissersmonument
Van vissers die nooit meer thuiskwamen
Verdronken in hun element.
Het water dat het leven gaf
Was ook hun verdrinkingsdood
Wie kwam er thuis en wie niet
Wie had god uitgeloot?
Als de vloot na het vissen
De haven binnen kwam
Stonden vrouwen op de kiekmure
Zwijgend turend op de dam
Zouden mannen, zonen, kinderen
Kwamen ze ooit terug?
Ze tuurden over het woelige water
De blik verstard vanaf de brug
De jongste was slechts twaalf jaren
Een jongen die zomaar verdronk
Verzwolgen door woelige baren
Van een schip dat ooit zonk
Er staat een eenzaam monument
Aan de havenkade
Gedachtig aan die dappere vissers
Van wie er zoveel nooit terugkwamen
En dan werden ze begraven
Na hun zilte werk
En hebben ze troost gevonden
In de grote kerk
Nog steeds aan de havenkade
Staat een golvend monument
Voor hen die ooit omkwamen
Hun namen zijn bekend
Synagoge

Ze werden zomaar weggevoerd
Met een wagen en een trein
Opgesloten in een veewagon
Nog steeds is daar de pijn
Een lege synagoge
Er zijn geen joden meer
De oude jodenkerkstraat
Ze komen er nooit weer
Hun namen staan er op de muur
Zij die nooit meer terugkwamen
Harderwijk zal ze niet vergeten
En gedenkt altijd hun namen.

Walhalla

Over de strekdam, de nieuwe brug,
De wind speelt zacht, de keien zo stug
Het Wolderwijd straalt in het zonlicht van goud,
Een paradijs waar dromen steeds worden ontvouwd.
Het zand kietelt, de golfjes zingen mee,
hier aan de rand van Harderwijk aan zee.
Walhalla wacht met een glimlach zo breed,
We smaken geluk wat je nooit meer vergeet.
Walhalla, dat is de Place to Be.
Walhalla, waar ik mijn vrienden zie.
Onder de sterren, een vuur dat zacht gloeit,
Een glas in de hand, terwijl de avond bloeit
Gezichten lichten op in vreugde en lach,
De golven fluisteren zacht hun nachtelijke dag.
Walhalla bruist, de melodie stroomt vrij,
Geniet van het leven, het is snel voorbij
Een eiland van dromen, vergeet alle pijn
Waar hart en ziel altijd thuis zullen zijn.
Eens waren er golven van de Zuiderzee
Die namen have en goed en alles mee.
Het water fluistert verhalen van weleer,
Die woeste zee, die komt er nooit weer.
Een oase van rust, ook een plek van vertier,
Waar ik telkens terugkom, keer op keer.
Harderwijk roept, het eiland wacht,
Waar de tijd vervaagt in de vallende nacht.
Bomen
(Bewerkte tekst Vasalis; bonustrack)

Naakter nog ben ik dan
Bomen die verstarren
In de winter wind stil wachten
Op reikende krachten
Kouder nog ben ik dan
Die bomen lijdend vechten
Groot en ademtocht en toch maar door
Een weg naar binnen en naar buiten
Bloeien zal ik hier in weer en wind
Zie mijn vuur en mijn tranen
Hoor mijn lente die winkt en wringt
Zie mijn vuur en mijn tranen
Hoor mijn lente die wingt en wringt.
Vuldersbrink


Vuldersbrink in de dertiger jaren (bewerkt met Meta AI)
Stille Stenen straten
Alles van beton
Ferrum en silicaten
Van hardsteen gazon
Stille stenen straten
De hitte op beton
Stille stenen straten
De zinderen de zon
Refrein:
Stille Stenen straten
Alles is zo stil
Geen bloemen en geen aarde
Waar is de levenswil
Refrein
De wijk werd afgebroken
De aard platgewalst
Voor een grote parkeerplaats
Harderwijk op z'n smalst
Nog maar 'n paar oude huizen
Die zijn nog nét bewaard
Ze staan in het museum
Los bij elkaar gegaard
Ooit wordt dit afgebroken
Die schande voor de stad
Komen er nieuwe huizen
Zeg zelf, hoe vind je dat?
Hun licht schijnt door de ramen
Een ware liefdesgroet
Een fijne mooie wijk
Want dat doet de stad goed
Ruimte

Refrein
Ruimte die we zoeken
Ruimte voor jou als mens
Ruimte voor creatie
Ruimte voor jouw wens
Ruimte om te leven
Ruimte voor jouw ding
Ruimte om te geven
Ruimte voor de zin
Ruimte voor de liefde
Ruimte voor wie je bent
Ruimte voor jouw dingen
Ruimte die je kent
Ruimte voor ideeën
Ruimte voor je lot
Ruimte voor geloof
Ruimte voor jouw God
Boulevard
(Zonsondergang)

Zacht daalt de zon in het Wolderwijd
Haar taak is nu gedaan
Ze heeft ons de hele dag verwarmd
En nu, nu mag ze gaan
Vlak bij het terras van Monopole
Drinken we de laatste wijn
We proosten op het leven
De dag was mild en fijn
De laatste gasten op het strandeiland
De zon is rood van pracht
Spoedig zal zij licht verliezen
En verdwijnen in de nacht
De windmolens van de polder
Draaien de dag langzaam door
De zon zakt weg achter de dijken
De dag die het van de nacht verloor
En plots is zij verdwenen
Met een brede lach
Want morgen gaat zij toch weer op
De magie van een nieuwe dag
Schokland

©Foto Museum Schokland
Al een vis op het droge
Lig je in het polderland
De zee is er allang niet mee
Terug getrokken naar het strand
Weg zijn de woeste golven
Die namen alles mee
Je land, de aarde en de mensen
De woestheid van de Zuiderzee
Ooit was hier een gemeenschap
Heel klein maar ook heel hecht
Maar uiteindelijk verloren ze
Een ongelijk gevecht.
Weg zijn de mensen, en verdreven
Het eiland verspreid over het land
Ze kwamen nooit meer terug
Het eiland is verzand
Refrein
Als een vis op het droge
Omgeven door het weiland
Een eiland zonder water
Eenzaam in het polderland
Nu ligt het op het droge
Omgeven door weiland
Met hier en daar wat water
Dat knabbelt aan de rand
Er staat nu een museum
En een verlaten kerk
Een verre lege haven
Een geen schepen meer aan het werk.
